Disclaimer

In het onderdeel Regelgeving vindt u geldende algemeen verbindende voorschriften (verordeningen) en beleidsregels van de gemeente Overbetuwe. De complete tekst, waarin alle wijzigingen zijn verwerkt, is gepubliceerd. De informatie in dit onderdeel vormt geen bekendmaking in de zin van de Gemeentewet of de Algemene wet bestuursrecht. Alleen publicatie in het binnen de gemeente te verspreiden huis-aan-huisblad heeft een officieel karakter.

Zoeken in regelgeving

            

Verordening onroerende zaakbelastingen 2017

Voor deze verordening versie is geen samenvatting ingevoerd.

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie Gemeente Overbetuwe
Officiële naam regeling Verordening onroerende-zaakbelastingen gemeente Overbetuwe 2017
Citeertitel Verordening onroerende-zaakbelastingen gemeente Overbetuwe 2017
Vastgesteld door gemeenteraad
Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld)
Onderwerp financiën en economie
Opmerkingen m.b.t. de regeling Geen.
Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Geen.
Betreft (aard van de wijziging) nieuwe regeling
Datum van inwerkingtreding van (een versie van) de regeling 01-01-2017
Datum terugwerkende kracht (t/m) van (een versie van) de regeling
Datum ondertekening van (een wijziging van) de regeling 06-12-2016
Bron bekendmaking van (een wijziging van) de regeling Gemeenteblad 173425, 9 december 2016
Kenmerk voorstel 16rb000135

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet, art. 220
  2. Gemeentewet, art. 220a
  3. Gemeentewet, art. 220b
  4. Gemeentewet, art. 220c
  5. Gemeentewet, art. 220d
  6. Gemeentewet, art. 220e
  7. Gemeentewet, art. 220f
  8. Gemeentewet, art. 220g
  9. Gemeentewet, art. 220h

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Datum uitwerkingtreding Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
01-01-2017 nieuwe regeling 06-12-2016
Gemeenteblad 173425, 9 december 2016
16rb000135

Onderwerp: Verordening onroerende-zaakbelastingen gemeente Overbetuwe 2017

 

 

Ons kenmerk: 16rb000135

 

Nr. 15a

 

De raad van de gemeente Overbetuwe;

 

gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders van 4 oktober 2016;

 

gehoord het advies van de voorbereidende vergadering van 22 november 2016;

 

gelezen de informatiememo raad inzake ‘wijziging verordening onroerende-zaakbelastingen, legesverordening en verordening precariobelasting buizen, kabels, draden of leidingen’ van 11 november 2016;

 

gelet op artikel(en) 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;

 

b e s l u i t :

 

vast te stellen de

 

Verordening onroerende-zaakbelastingen

gemeente Overbetuwe 2017

 

Artikel 1 Belastingplicht

  1. 1.Onder de naam "onroerende-zaakbelastingen" worden voor binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:

    1. a.een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak gebruikt die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, verder te noemen: gebruikersbelasting;

    2. b.een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting.

  2. 2.Bij de gebruikersbelasting wordt:

    1. a.gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven (verder: de gebruiker), aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven (verder: de gebruikgever); de gebruikgever is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op de gebruiker;

    2. b.het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.

  3. 3.Voor de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

Artikel 2 Belastingobject

  1. 1.Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.

  2. 2.Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning als de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

Artikel 3 Maatstaf van heffing

  1. 1.De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar, bedoeld in artikel 1.

  2. 2.Als voor een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 4 Vrijstellingen

  1. 1.In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van:

    1. a.voor land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;

    2. b.glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond;

    3. c.onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;

    4. d.één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen;

    5. e.natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;

    6. f.openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;

    7. g.waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;

    8. h.werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die wor-den beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechts-personen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;

    9. i.werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken;

    10. j.onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van onderwijs;

    11. k.straatmeubilair, waaronder worden begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen – niet zijnde gebouwen – welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen;

    12. l.plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt bezit, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;

    13. m.begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning.

  2. 2.De vrijstelling voor de in onderdeel j van het eerste lid bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet voor zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

  3. 3.In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

Artikel 5 Belastingtarieven

1.

Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf.

 

Het percentage bedraagt voor:

 

a.

de gebruikersbelasting

    0,1184%;

 

b.

de eigenarenbelasting

 

 

 

1.

voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen

    0,1109%;

 

 

2.

voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen

    0,1464%.

2.

Geen belasting wordt geheven als het belastingbedrag beneden € 5,- blijft. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.

Artikel 6 Wijze van heffing

De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.

Artikel 7 Termijnen van betaling

  1. 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  2. 2.In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat een aanslag moet worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  3. 3.In aanvulling op het tweede lid geldt, in de situaties waarin er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog minder dan acht maanden in het belastingjaar overblijven, het volgende: de aanslag moet worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er nog maanden in het belastingjaar overblijven, met een minimum van drie.

  4. 4.In afwijking van het tweede en derde lid geldt, als het totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen of andere heffingen minder bedraagt dan € 50,- of meer is dan € 35.000,-, dat deze aanslagen moeten worden betaald in één termijn. Deze termijn vervalt op de laatste dag van de tweede maand na de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

  5. 5.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste tot en met vierde lid gestelde termijnen.

Artikel 8 Nadere regels door burgemeester en wethouders

Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels geven voor de heffing en de invordering van de onroerende-zaakbelastingen.

Artikel 9 Intrekking oude regeling

De Verordening onroerende-zaakbelastingen gemeente Overbetuwe 2016, zoals vastgesteld bij besluit van 1 december 2015, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2017.

Artikel 10 Overgangsrecht

De Verordening onroerende-zaakbelastingen gemeente Overbetuwe 2016 blijft van toepassing op belastbare feiten die zich voor 1 januari 2017 hebben voorgedaan.

Artikel 11 Inwerkingtreding

  1. 1.Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2017.

  2. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.

Artikel 12 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening onroerende-zaakbelastingen gemeente Overbetuwe 2017.

 

 

Aldus besloten in zijn openbare vergadering

van 6 december 2016.

 

 

DE RAAD VOORNOEMD,

de griffier,

de voorzitter,

 

 

 

 

drs. A.J. van den Brink MBA.

drs. A.S.F. van Asseldonk.

 

onroerende zaakbelasting 161206

onroerende zaakbelasting 161206 (PDF)
Omschrijving: