Disclaimer

In het onderdeel Regelgeving vindt u geldende algemeen verbindende voorschriften (verordeningen) en beleidsregels van de gemeente Overbetuwe. De complete tekst, waarin alle wijzigingen zijn verwerkt, is gepubliceerd. De informatie in dit onderdeel vormt geen bekendmaking in de zin van de Gemeentewet of de Algemene wet bestuursrecht. Alleen publicatie in het binnen de gemeente te verspreiden huis-aan-huisblad heeft een officieel karakter.

Zoeken in regelgeving

            

Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Overbetuwe

Voor deze verordening versie is geen samenvatting ingevoerd.

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie Gemeente Overbetuwe
Officiële naam regeling Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Overbetuwe 2015
Citeertitel Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Overbetuwe 2015
Vastgesteld door gemeenteraad
Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld) 01-01-2017
Onderwerp maatschappelijke zorg en welzijn
Opmerkingen m.b.t. de regeling Geen.
van rechtswege vervallen per 1 januari 2017
Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Geen.
Betreft (aard van de wijziging) nieuwe regeling
Datum van inwerkingtreding van (een versie van) de regeling 17-01-2015
Datum terugwerkende kracht (t/m) van (een versie van) de regeling
Datum ondertekening van (een wijziging van) de regeling 13-01-2015
Bron bekendmaking van (een wijziging van) de regeling Officielebekendmakingen.nl, 16 januari 2015, gemeenteblad nr. 4509
Kenmerk voorstel 14RB000138

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Artikel 8, eerste lid, onderdeel d, van de Participatiewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Datum uitwerkingtreding Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
17-01-2015 01-01-2017 nieuwe regeling 13-01-2015
Officielebekendmakingen.nl, 16 januari 2015, gemeenteblad nr. 4509
14RB000138
15-02-2013 17-01-2015 nieuwe regeling 05-02-2013
De Betuwe; 13-02-2013
12RB000196

Onderwerp: Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive

 

 

Ons kenmerk: 14RB000138

 

Nr. 8b

 

De raad van de gemeente Overbetuwe;

 

gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders van 4 november 2014;

 

gelezen het advies van de voorbereidende vergadering van 9 december 2014;

 

gelet op artikel(en) 8, eerste lid, onderdeel d van de Participatiewet;

 

b e s l u i t :

vast te stellen de

 

Verordening verrekening bestuurlijke boete bij

recidive gemeente Overbetuwe 2015

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  1. a.beslagvrije voet: beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering;

  2. b.bezit: waarde van de bezittingen waarover een belanghebbende of diens gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, met uitzondering van het in de woning met bijbehorend erf gebonden vermogen, bedoeld in artikel 50, eerste lid van de wet;

  3. c.college: het college van burgemeester en wethouders;

  4. d.recidiveboete: bestuurlijke boete, als bedoeld in artikel 18a, vijfde lid van de wet;

  5. e.verrekenen: verrekening als bedoeld in artikel 60, vierde lid van de wet;

  6. f.wet: Participatiewet.

Artikel 2 Verrekenen met beslagvrije voet bij voldoende bezit

  1. 1.Als het bezit van een belanghebbende ten minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekent het college de recidiveboete zonder inachtneming van de beslagvrije voet.

  2. 2.De verrekening, bedoeld in het eerste lid, geschiedt gedurende een tijdvak van drie maanden vanaf het moment van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd.

Artikel 3 Verrekenen bij geen of onvoldoende bezit

  1. 1.Als het bezit van een belanghebbende niet ten minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekent het college de recidiveboete gedurende één maand zonder inachtneming van de beslagvrije voet. De verrekening geschiedt vanaf het moment van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd.

  2. 2.Aansluitend op verrekening als bedoeld in het eerste lid, verrekent het college de recidiveboete in de daarop volgende twee maanden op een dusdanige wijze dat belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van de toepasselijke bijstandsnorm.

  3. 3.Tot het inkomen, bedoeld in het tweede lid, worden ook middelen gerekend als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n. en r. van de wet.

Artikel 4 Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet

In afwijking van de artikelen 2 en 3 van deze verordening kan het college de recidiveboete met inachtneming van de beslagvrije voet verrekenen, als:

  1. a.aannemelijk is dat verrekening op de wijze, als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van deze verordening, zou leiden tot huisuitzetting van belanghebbende en diens gezin, óf

  2. b.anderszins sprake is van dringende redenen.

Artikel 5 Eerder opgelegde bestuurlijke boetes

De artikelen 2, 3 en 4 van deze verordening zijn van overeenkomstige toepassing op de verrekening van de bestuurlijke boete, als bedoeld in artikel 18a, eerste lid van de wet, als en voor zover deze boete nog niet is betaald op het moment van verrekening van de recidiveboete.

Artikel 6 Intrekking oude regeling

De Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Overbetuwe 2013, zoals vastgesteld bij besluit van 15 februari 2013, wordt ingetrokken.

Artikel 7 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking.

Artikel 8 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Overbetuwe 2015.

 

 

Aldus besloten in zijn openbare vergadering

van 13 januari 2015.

 

 

DE RAAD VOORNOEMD,

de griffier,

de voorzitter,

 

 

 

 

drs. A.J. van den Brink MBA.

drs. A.S.F. van Asseldonk.

 

 

toelichting

Op 1 januari 2013 is de ‘Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving’ in werking getreden. Deze wet introduceerde de bestuurlijke boete bij een schending van de inlichtingenplicht in de Wet werk en bijstand (Wwb), sinds 1 januari 2015 de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) is verplicht de bestuurlijke boete met de lopende uitkering te verrekenen. In principe moet bij deze verrekening de bescherming van de beslagvrije voet in acht genomen worden. Als er sprake is van een bestuurlijke boete wegens recidive, dan kan het college besluiten gedurende maximaal drie maanden met de beslagvrije voet te verrekenen.

 

De Participatiewet verplicht de gemeenteraad in een verordening nadere regels te stellen over de bevoegdheid de beslagvrije voet tijdelijk buiten werking te stellen bij verrekening van de recidiveboete. Gemeenten krijgen daarmee de ruimte een afweging te maken van situaties of omstandigheden waarin het buiten werking stellen van de beslagvrije voet niet proportioneel wordt geacht. De nieuwe bevoegdheid kan op veel verschillende manieren worden ingevuld.

 

De bevoegdheid van de gemeenteraad strekt zich slechts uit over het al dan niet in acht nemen van de beslagvrije voet bij verrekening van de recidiveboete. Daar waar terugvordering en invordering niet door de wetgever is verplicht, blijft sprake van een bevoegdheid van het college. Het is aan het college op deze onderdelen nadere (beleids)regels vast te stellen.

 

In het kader van pseudoverrekening kunnen gemeenten te maken krijgen met verzoeken van andere gemeenten om een door hen opgelegde recidiveboete te verrekenen. Het college dat de boete heeft opgelegd, zal in dat geval aangeven in hoeverre het de beslagvrije voet in acht wil nemen (volgens de regels van zijn gemeentelijke verordening). De gemeente die de uitkering verstrekt, moet in beginsel gehoor geven aan dit verzoek. Mocht de beslagvrije voet niet gerespecteerd worden, dan kan de belanghebbende het college waarvan hij uitkering ontvangt, verzoeken de beslagvrije voet toch in acht te nemen. In artikel 60b, tweede lid van de Participatiewet is geregeld dat het college die de uitkering verstrekt, de bevoegdheid heeft aan dit verzoek van belanghebbende tegemoet te komen. Het ligt voor de hand dat het college bij de beslissing op dat verzoek handelt analoog aan de regels die in de eigen gemeentelijke verordening zijn vastgelegd.

 

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In dit artikel zijn een aantal begrippen nader omschreven. De meeste behoeven geen nadere toelichting, zodat hieronder slechts de begrippen ‘bezit’ en ‘verrekenen’ worden toegelicht.

 

Bezit

Bij bezit gaat het om (de waarde van) alle bezittingen waarover een belanghebbende of diens gezinsleden beschikken of redelijkerwijs kunnen beschikken. Bezittingen kunnen zowel bestaan uit geld als op geld waardeerbare goederen.

 

Bij het begrip bezit, zoals dat in deze verordening wordt gebruikt, gaat het nadrukkelijk niet om vermogen als bedoeld in artikel 34 Participatiewet. Eventueel aanwezige schulden spelen immers geen rol en worden dus ook niet op het bezit in mindering gebracht. Ook de vrijlatingen van artikel 34, tweede lid Participatiewet zijn hier niet van toepassing. Een belanghebbende, die vanwege de volledige verrekening met de beslagvrije voet zonder inkomsten komt te zitten, zal de bezittingen waarover hij beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, volledig moeten aanwenden om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te kunnen voorzien. Een uitzondering is gemaakt voor de door belanghebbende en zijn gezin bewoonde (eigen) woning.

 

Verrekenen
De Participatiewet kent een ruimer begrip van verrekenen dan het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Voor de duidelijkheid is daarom een aparte begripsbepaling opgenomen in deze verordening.

 

Artikel 2 Verrekenen met beslagvrije voet bij voldoende bezit

Uitgangspunt van deze verordening is dat volledige verrekening met de beslagvrije voet plaatsvindt voor de maximale termijn van drie maanden als een belanghebbende over voldoende bezittingen beschikt om dit op te kunnen vangen. Dat uitgangspunt is vastgelegd in dit artikel. Van voldoende bezit is sprake als de waarde van de bezittingen waarover belanghebbende beschikt (of redelijkerwijs kan beschikken), ten minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt. Immers, bij aanwending of tegeldemaking van deze bezittingen, zou belanghebbende een periode van drie maanden moeten overbruggen.

Artikel 3 Verrekenen bij geen of onvoldoende bezit

Heeft een belanghebbende onvoldoende bezittingen om een periode van drie maanden volledige verrekening met de beslagvrije voet te kunnen overbruggen, dan verrekent het college slechts één maand zonder inachtneming van de beslagvrije voet. Voor de overige twee maanden vindt weliswaar verrekening met de beslagvrije voet plaats, maar niet volledig. Belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van de toepasselijke bijstandsnorm. Voor het percentage van 80% is aansluiting gezocht bij de invorderingsmogelijkheden die de Belastingdienst heeft bij notoire wanbetalers. Onder omstandigheden kan deze de beslagvrije voet (90% van de toepasselijke bijstandsnorm) verlagen met 10% op grond van artikel 19, eerste lid Invorderingswet 1990.

 

Met de gekozen opzet geven wordt enerzijds uiting gegeven aan het principe dat fraude niet mag lonen. Het gaat hier tenslotte om belanghebbenden die herhaaldelijk hun inlichtingenplicht hebben geschonden. Daar mag een duidelijk signaal tegenover staan. Anderzijds wordt rekening gehouden met de zorgplicht van gemeenten. Het volledig buiten werking stellen van de beslagvrije voet gedurende drie maanden kan kwalijke maatschappelijke consequenties hebben. Dat moet worden voorkomen, als de regeling daarmee zijn doel voorbij zou schieten.

 

Een belanghebbende kan inkomsten uit arbeid hebben die op grond van artikel 31, tweede lid, onderdelen n. of r. van de Participatiewet worden vrijgelaten voor de algemene bijstand. Bij verrekening van een recidiveboete tot 80% van de bijstandsnorm, tellen deze inkomsten echter gewoon mee. Het college laat deze inkomsten dus niet buiten beschouwing bij de beoordeling van de vraag of een belanghebbende nog over voldoende inkomen beschikt. Dat is geregeld in het derde lid van dit artikel.

 

 

Artikel 4 Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet

Hoewel het hier gaat om een herhaaldelijke schending van de inlichtingenplicht, zijn situaties denkbaar waarin volledige verrekening met de beslagvrije voet niet aanvaardbaar wordt geacht. Die situaties komen aan de orde in dit artikel. Het gaat daarbij altijd om individuele omstandigheden waaraan het college zal moeten toetsen.

 

In onderdeel a. is geregeld dat het college kan besluiten in afwijking van de artikelen 2 en 3 van deze verordening toch de beslagvrije voet te respecteren, wanneer volledige verrekening waarschijnlijk leidt tot huisuitzetting van belanghebbende en diens gezin. Voorkomen moet worden dat een belanghebbende door de volledige verrekening op straat komt te staan, omdat dit de problematiek alleen maar verergert, met alle maatschappelijke kosten van dien.


Een dreigende huisuitzetting wordt in deze verordening gezien als een dringende reden om van verrekening met de beslagvrije voet af te zien. Dat volgt uit het woord 'anderszins' in onderdeel b. Ook bij aanwezigheid van andere dringende redenen dan een dreigende huisuitzetting, kan het college rekening houden met de bescherming van de beslagvrije voet. Van dringende redenen is niet snel sprake. Het gaat slechts om incidentele gevallen, waarbij de behoeftige omstandigheden waarin de belanghebbende en diens gezinsleden verkeren op geen enkele andere wijze te verhelpen zijn. Het enkele feit dat het belanghebbende door de verrekening aan middelen ontbreekt om in het bestaan te voorzien, is op zich geen voldoende voorwaarde om te kunnen spreken van dringende redenen.

Artikel 5 Eerder opgelegde bestuurlijke boetes
In artikel 60b, derde lid Participatiewet is bepaald dat de bevoegdheid om te verrekenen met de beslagvrije voet ook van toepassing is op eerder opgelegde bestuurlijke boetes voor zover op het moment van verrekening van de recidiveboete, die eerdere boetes nog niet zijn betaald. Mocht het college die eerdere, nog openstaande boetes gaan verrekenen, dan bepaalt artikel 5 dat het gestelde in deze verordening van overeenkomstige toepassing is.

 

Artikel 6 Intrekken oude regeling

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

 

Artikel 7 Inwerkingtreding

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

 

Artikel 8 Citeertitel

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Overbetuwe 2015

Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Overbetuwe 2015 (PDF)
Omschrijving: