Disclaimer

In het onderdeel Regelgeving vindt u geldende algemeen verbindende voorschriften (verordeningen) en beleidsregels van de gemeente Overbetuwe. De complete tekst, waarin alle wijzigingen zijn verwerkt, is gepubliceerd. De informatie in dit onderdeel vormt geen bekendmaking in de zin van de Gemeentewet of de Algemene wet bestuursrecht. Alleen publicatie in het binnen de gemeente te verspreiden huis-aan-huisblad heeft een officieel karakter.

Zoeken in regelgeving

            

Beleidsregel inkomstenvrijlating WWB, IOAW en IOAZ gemeente Overbetuwe

Voor deze verordening versie is geen samenvatting ingevoerd.

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie Gemeente Overbetuwe
Officiële naam regeling Beleidsregel inkomstenvrijlating WWB, IOAW en IOAZ gemeente Overbetuwe 2012
Citeertitel Beleidsregel inkomstenvrijlating WWB, IOAW en IOAZ gemeente Overbetuwe 2012
Vastgesteld door college van burgemeester en wethouders
Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld) 01-01-2015
Onderwerp maatschappelijke zorg en welzijn
Opmerkingen m.b.t. de regeling Geen.
Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Geen.
Betreft (aard van de wijziging) nieuwe regeling
Datum van inwerkingtreding van (een versie van) de regeling 10-05-2012
Datum terugwerkende kracht (t/m) van (een versie van) de regeling 01-01-2012
Datum ondertekening van (een wijziging van) de regeling 01-05-2012
Bron bekendmaking van (een wijziging van) de regeling De Betuwe; 09-05-2012
Kenmerk voorstel 12BWB00005

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Wet werk en bijstand (Wwb), art. 31, tweede lid, aanhef en onder n., art 31, tweede lid, aanhef en onder r
  2. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), art. 8, tweede lid en vijfde lid
  3. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), art. 8, derde lid en negende lid

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Datum uitwerkingtreding Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
10-05-2012 01-01-2012 01-01-2015 nieuwe regeling 01-05-2012
De Betuwe; 09-05-2012
12BWB00005

Onderwerp:

Beleidsregel inkomstenvrijlating WWB, IOAW en IOAZ gemeente Overbetuwe 2012

 

Ons kenmerk: 12BWB00005

 

Burgemeester en wethouders van de gemeente Overbetuwe;

 

gelet op artikel 4:81 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht;

 

gelet op artikel(en) 31, tweede lid, aanhef en onder n., 31, tweede lid, aanhef en onder r. van de Wet werk en bijstand, 8, tweede lid en vijfde lid van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en 8, derde lid en negende lid van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;

 

b e s l u i t e n:

 

vast te stellen de

 

 

Beleidsregel inkomstenvrijlating WWB, IOAW en IOAZ

gemeente Overbetuwe 2012

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze beleidsregel verstaat onder:

  1. a.college: college van burgemeester en wethouders;

  2. b.inkomstenvrijlating: de inkomstenvrijlating als bedoeld in artikelen 31, tweede lid, aanhef en onder n. WWB, 8, tweede lid IOAW en 8, derde lid IOAZ;

  3. c.inkomstenvrijlating alleenstaande ouders: de inkomstenvrijlating als bedoeld in artikelen 31, tweede lid, aanhef en onder r, WWB, 8, vijfde lid IOAW en 8, negende lid IOAZ;

  4. d.legale inkomsten uit arbeid: inkomsten uit arbeid waarop loonbelasting of inkomstenbelasting, premies volksverzekeringen en werknemersverzekeringen, de inkomensafhankelijke bijdrage op grond van de Zorgverzekeringswet dan wel andere wettelijk verplichte bijdragen ingehouden en afgedragen zijn aan de aangewezen uitvoeringsorganen;

  5. e.IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;

  6. f.IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;

  7. g.WWB: Wet werk en bijstand.

Artikel 2 Toepassing inkomstenvrijlating

  1. 1.Het college past op de toepasselijke bijstandsnorm of grondslag eenmalig een inkomstenvrijlating toe, als een uitkeringsgerechtigde legale inkomsten uit arbeid in deeltijd verworven heeft.

  2. 2.De inkomstenvrijlating wordt één maal per bijstandperiode toegekend.

  3. 3.Het college zet de inkomstenvrijlating in binnen 6 maanden na aanvang van de werkzaamheden.

  4. 4.De inkomstenvrijlating wordt in alle gevallen toegepast, omdat geacht wordt dat betaalde werkzaamheden in alle gevallen een bijdrage leveren aan de arbeidsinschakeling.

  5. 5.Voor toepassing van een inkomstenvrijlating moeten de inkomsten uit arbeid in deeltijd als bedoeld in het eerste lid, tezamen met andere inkomensbestanddelen, niet hoger zijn dan de toepasselijke bijstandsnorm of grondslag.

  6. 6.Het college past vanaf de aanvangsdatum de inkomstenvrijlating gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 6 maanden toe, ongeacht of een uitkeringsgerechtigde in die periode in alle maanden inkomsten uit arbeid verwerft.

  7. 7.Dit artikel is niet van toepassing op uitkeringsgerechtigden jonger dan 27 jaar.

Artikel 3 Inkomstenvrijlating alleenstaande ouders

  1. 1.Het college past op de toepasselijke bijstandsnorm of grondslag eenmalig een inkomstenvrijlating alleenstaande ouders toe, als een uitkeringsgerechtigde legale inkomsten uit arbeid in deeltijd verworven heeft.

  2. 2.Het college bepaalt of een uitkeringsgerechtigde alleenstaande ouder recht heeft op inkomstenvrijlating.

  3. 3.Het college zet de inkomstenvrijlating in binnen 6 maanden na aanvang van de werkzaamheden.

  4. 4.Voor toepassing van een inkomstenvrijlating alleenstaande ouders moeten de inkomsten uit arbeid in deeltijd als bedoeld in het eerste lid, tezamen met andere inkomensbestanddelen, niet hoger zijn dan de toepasselijke bijstandsnorm of grondslag.

  5. 5.Het college past de inkomstenvrijlating gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden toe, ongeacht of een uitkeringsgerechtigde in die periode in alle maanden inkomsten uit arbeid verwerft.

  6. 6.Dit artikel is niet van toepassing op uitkeringsgerechtigden jonger dan 27 jaar.

Artikel 4 De toekenning

  1. 1.Het college stelt het recht op een inkomstenvrijlating ambtshalve vast, nadat aan de voorwaarden is voldaan.

  2. 2.De inkomstenvrijlating als bedoeld in artikel 2 en 3 van deze beleidsregel, gaat in op de eerste dag van de maand waaraan de inkomsten moeten worden toegerekend.

Artikel 5 Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2012.

Artikel 6 Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel inkomstenvrijlating WWB, IOAW en IOAZ gemeente Overbetuwe 2012.

 

Aldus besloten in de vergadering van 1 mei 2012.

 

Het college van burgemeester en wethouders,

de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

 

 

 

 

Th.M.M. Hoex

E. Tuijnman.

 

Algemene toelichting

In de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) is, in afwijking van de hoofdregel, geregeld dat gedurende een beperkte periode een deel van de inkomsten uit arbeid in deeltijd niet met de bijstand of uitkering verrekend wordt.

 

Doel van de inkomstenvrijlating is, blijkens de toelichting op de wetsartikelen, om uitkeringsgerechtigden te stimuleren om deeltijd- of voltijdwerk te accepteren. Voorts blijkt uit de toelichting dat het college een mogelijkheid moet hebben om een vrijlating op een deel van inkomsten uit arbeid toe te passen. Het betreft derhalve een zogenaamde kan-bepaling, die het college ruimte geeft om eigen beleid op dit specifieke onderwerp te voeren. In beginsel kan het college per individuele situatie besluiten van zijn bevoegdheid gebruik te maken. Dit stelt echter wel hoge eisen aan de motivering van elk afzonderlijk besluit. Immers dan moet het college bij elk besluit expliciet beargumenteren waarom het wel of niet van de bevoegdheid gebruik maakt. Het verdient daarom de voorkeur de uitvoering van beleid op basis van een vaste gedragslijn in een zogenaamde beleidsregel vast te leggen. Dit biedt niet alleen een goede waarborg voor uniforme toepassing, maar maakt ook de uitvoering, door verplichte bekendmaking van de beleidsregel, voor de burger toetsbaar. Bovendien kan het college in een besluit veelal volstaan met een verwijzing naar de relevante beleidsregel.

 

Het college heeft besloten van de bevoegdheid tot het toepassen van een inkomstenvrijlating gebruik te maken en in deze beleidsregel vast te leggen.

 

Algemeen uitgangspunt voor de toepassing van de inkomstenvrijlating is de opvatting dat in beginsel alle arbeid in deeltijd bijdraagt aan de arbeidsinschakeling en leidt tot verminderde bijstandsafhankelijkheid op korte termijn met mogelijk uitzicht op volledige bijstandsonafhankelijkheid in de toekomst. Een vrijlating van een deel van inkomsten uit arbeid kan een (extra) prikkel vormen om deeltijdwerk te aanvaarden en te behouden.

 

Wijziging WWB per 1 januari 2012

Met de wijziging van de WWB per 1 januari 2012 is er voor alleenstaande ouders met een kind tot 12 jaar een extra vrijlating van 30 maanden ingevoerd. Deze vrijlating volgt aansluitend op de algemene vrijlating en vervangt de tot 1 januari 2012 bestaande heffingskortingen voor alleenstaande ouders.

 

Jongeren onder de 27 jaar komen hier niet voor in aanmerking. Verder is het aan het college om te bepalen of de inzet van de vrijlating bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van de alleenstaande ouder.

 

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In dit artikel worden de in deze beleidsregel gehanteerde begrippen omschreven.

 

Artikel 2 Toepassing inkomstenvrijlating

Eerste lid: het moet uitsluitend gaan om legale inkomsten als omschreven in artikel 1, sub d. gaan. Weliswaar kan alle arbeid bijdragen aan de arbeidsinschakeling, echter als overheidsorgaan kan de gemeente niet meewerken aan het op illegale wijze verwerven van inkomsten uit arbeid. Dit zou immers in strijd zijn met de wet- en regelgeving van het rijk, waaraan ook de gemeente zich moet houden.

 

Tweede lid: inkomstenvrijlating wordt eenmaal per bijstandsperiode toegekend. Wanneer de belanghebbende volledig uitgestroomd is, maar - door omstandigheden die bij de toegang tot de bijstand zijn beoordeeld - terugkeert in de bijstand kan opnieuw recht op inkomstenvrijlating bestaan om uitstroom te stimuleren. Hiermee wordt voorkomen dat de calculerende burger nooit volledig uitstroomt en toch meermalen gebruikt maakt van de vrijlating; in zo’n situatie kan bovendien geconcludeerd worden dat de vrijlating in casu zijn stimulerende werking niet heeft waargemaakt.

 

Gezinsleden kunnen ieder afzonderlijk voor een inkomstenvrijlating in aanmerking komen, mits zij afzonderlijk inkomsten uit arbeid in deeltijd verwerven maar die tezamen de toepasselijke bijstandsnorm niet overschrijden.

 

Ook een uitkeringsgerechtigde van 65 jaar of ouder die algemene bijstand op grond van de WWB ontvangt en inkomsten uit arbeid in deeltijd verwerft, kan, in voorkomende gevallen, in aanmerking komen voor een inkomstenvrijlating. Hoewel hij geen arbeids- en reïntegratieverplichting heeft, strookt het toepassen van een vrijlating met het algemene uitgangspunt dat deeltijdarbeid bijdraagt aan de arbeidsinschakeling en een tot verminderde bijstandsafhankelijkheid leidt.

 

Derde lid: doel van de inkomstenvrijlating is om uitkeringsgerechtigden te stimuleren om deeltijd- of voltijdwerk te accepteren met de achterliggende gedachte uit de uitkering te komen. Het tijdstip van inzetten wordt door het college bepaald. Dit biedt de mogelijkheid gedurende 6 maanden urenuitbreiding te verkrijgen zodat de uitkeringsgerechtigde optimaal gebruik kan maken van de inkomstenvrijlating.

 

Vierde lid: door het verrichten van arbeid in dienstbetrekking wordt een band met de arbeidsmarkt tot stand gebracht. Dat draagt in het algemeen bij aan de kansen op volledige uitstroom.

 

  • -Geen mogelijkheid wordt gezien voor een terughoudend gebruik van de vrijlating in de zin dat de toepassing van de vrijlating afhankelijk gesteld kan worden van het realiseren van volledige uitstroom.

  • -Hantering van een onderscheid tussen tijdelijk en vast werk is ongewenst, aangezien enerzijds het contraproductief zou kunnen blijken tijdelijk werk meer te stimuleren dan vast werk (de belanghebbende zou in de verleiding kunnen komen de voorkeur te geven aan uitzendwerk boven vast werk), terwijl anderzijds een vaste deeltijdbaan mogelijk minder snel tot een zodanige uitbreiding van de werkzaamheden zal leiden dat volledige uitstroom mogelijk is. Het hanteren van een onderscheid is bovendien onpraktisch omdat het extra onderzoek vergt en het veelal lastig zal zijn vast te stellen of werk vast of tijdelijk is en er situaties zijn waarin het in elkaar overloopt (tijdelijk werk kan omgezet worden in vast werk en vast werk kan door ontslag in proeftijd feitelijk een kortere periode blijken te betreffen).

  • -Aanleiding voor het niet toepassen van de vrijlating zou kunnen bestaan indien het deeltijdwerk van de belanghebbende het maximaal haalbare is omdat hij vooralsnog niet meer dan die uren belast kan worden. Echter, ook in die situatie kan het deeltijdwerk toch geacht worden op termijn (nadat de belastbaarheid groter geworden is) bij te dragen aan de volledige uitstroom.

Vijfde lid: om de inkomstenvrijlating te kunnen toepassen moeten in de eerste plaats de inkomsten uit arbeid de geldende bijstandsnorm of uitkering niet te boven gaan. Heeft een uitkeringsgerechtigde of hebben andere gezinsleden daarnaast nog andere inkomstenbronnen dan moeten deze, tezamen met de inkomsten uit arbeid, lager zijn dan van toepassing zijnde bijstandsnorm of uitkering. Immers, hij moet algemene bijstand of een uitkering ontvangen om in aanmerking te kunnen komen voor de inkomstenvrijlating.

 

Zesde lid: uit de zinsnede in de wetsartikelen “gedurende een periode van ten hoogste zes aaneengesloten maanden” kan opgemaakt worden dat deze betrekking heeft op de inkomstenvrijlating en niet op de arbeidsinkomsten of de inkomsten daaruit. De omstandigheid dat arbeid of inkomsten in de periode van ten hoogste zes maanden onderbroken zijn, verandert op zichzelf niets aan de maximale duur van de inkomstenvrijlating. Als het college eenmaal een begindatum van de inkomstenvrijlating heeft vastgesteld, dan eindigt deze inkomstenvrijlating uiterlijk zes maanden later en blijft de inkomstenvrijlating gedurende de gehele vastgestelde periode van kracht. De omstandigheid dat in deze vastgestelde periode van ten hoogste zes maanden arbeid is beëindigd en, na een tijdelijke onderbreking, weer is hervat, is niet relevant voor de maximale duur.

 

Zevende lid: in artikel 31, vijfde lid WWB is geregeld dat jongeren tot 27 jaar, niet in aanmerking komen voor premies, vergoedingen voor vrijwilligerswerk en inkomstenvrijlatingen.

 

Artikel 3 Inkomstenvrijlating alleenstaande ouders

Met de wijziging van de WWB per 1 januari 2012 is er voor alleenstaande ouders met een kind tot 12 jaar een extra vrijlating ingevoerd. Met het percentage van 12,5% is een percentage gekozen dat ervoor zorgt dat meer werken in de bijstand loont over vrijwel het gehele traject totdat iemand uit de bijstand stroomt. Deze vrijlating duurt in totaal maximaal 3 jaar. Dit sluit volgens de wetgever aan bij het gegeven dat alleenstaande ouders vanwege de combinatie van werk en zorgtaken langer de tijd nodig hebben dan alleenstaanden of gehuwden om hun arbeidsuren uit te breiden en zo uit te stromen. Een half jaar is voor hen te kort. De regering is van mening dat uitstroom uit de bijstand door urenuitbreiding of het krijgen van een hoger uurloon binnen drie jaar bereikt zou moeten kunnen worden.

 

Artikel 4 De toekenning

Eerste lid: vanuit het oogpunt van een klantgerichte en efficiënte behandeling wordt het recht op een inkomstenvrijlating als regel ambtshalve vastgesteld. Dit is mogelijk, daar bij melding van inkomsten op het maandelijks in te leveren rechtmatigheidsonderzoeksformulier, de zogenaamde ‘inkomstenverklaring’, in vrijwel alle gevallen de noodzakelijke gegevens voor de vaststelling voorhanden zijn dan wel, bij ontbreken, alsnog op verzoek overgelegd (moeten) worden.

 

Tweede lid: ingangsdatum is de eerste van de maand waarin de inkomsten worden gekort op de uitkering. Als het derde lid onverkort wordt toegepast, moet ook op inkomsten die zijn verzwegen maar die zijn ontdekt door het college, de inkomstenvrijlating worden toegepast.

 

Artikel 5 Inwerkingtreding

Dit artikel behoeft geen toelichting.

 

Artikel 6 Citeertitel

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

 

beleidsregel inkomstenvrijlating WWB, IOAW en IOAZ 2012 12 05 01

beleidsregel inkomstenvrijlating WWB, IOAW en IOAZ 2012 12 05 01 (PDF)
Omschrijving: