Disclaimer

In het onderdeel Regelgeving vindt u geldende algemeen verbindende voorschriften (verordeningen) en beleidsregels van de gemeente Overbetuwe. De complete tekst, waarin alle wijzigingen zijn verwerkt, is gepubliceerd. De informatie in dit onderdeel vormt geen bekendmaking in de zin van de Gemeentewet of de Algemene wet bestuursrecht. Alleen publicatie in het binnen de gemeente te verspreiden huis-aan-huisblad heeft een officieel karakter.

Zoeken in regelgeving

            

Verordening baatbelasting riolering buitengebied, deel I

Voor deze verordening versie is geen samenvatting ingevoerd.

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie Gemeente Overbetuwe
Officiële naam regeling Verordening op de heffing en de invordering van een baatbelasting voor de aansluiting op de riolering van panden in het buitengebied, deel I
Citeertitel Verordening baatbelasting riolering buitengebied, deel I
Vastgesteld door gemeenteraad
Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld)
Onderwerp financiën en economie
Opmerkingen m.b.t. de regeling Geen.
Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Geen.
Betreft (aard van de wijziging) nieuwe regeling
Datum van inwerkingtreding van (een versie van) de regeling 01-01-2000
Datum terugwerkende kracht (t/m) van (een versie van) de regeling
Datum ondertekening van (een wijziging van) de regeling 15-12-1998
Bron bekendmaking van (een wijziging van) de regeling Onbekend.
Kenmerk voorstel Nr. 9

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet, art. 222

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Datum uitwerkingtreding Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
01-01-2000 nieuwe regeling 15-12-1998
Onbekend.
Nr. 9

De raad der gemeente Elst;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 8 december 1998;

 

gelet op artikel 222 van de Gemeentewet en het ‘Bekostigingsbesluit riolering buitengebied’, vastgesteld bij raadsbesluit van 28 oktober 1997, nr. 9;

 

BESLUIT:

 

vast te stellen de:

 

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN EEN BAATBELASTING VOOR DE AANSLUITING OP DE RIOLERING VAN PANDEN IN HET BUITENGEBIED, DEEL 1.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  1. a.een onroerende zaak:

    1. 1.een gebouwd eigendom;

    2. 2.een ongebouwd eigendom;

    3. 3.een gedeelte van een onder 1 of 2 bedoeld eigendom dat blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt;

    4. 4.een samenstel van twee of meer van de onder 1 of 2 bedoelde eigendommen of onder 3 bedoelde gedeelten daarvan die naar omstandigheden beoordeeld bij elkaar horen.

  2. b.De tekeningen 98.392 en 98.393 die betrekking hebben op de onroerende zaken als bedoeld in artikel 2.

Artikel 2 Belastbaar feit

    1. 1.Onder de naam ‘Baatbelasting riolering buitengebied, deel I’ wordt in de vorm van een heffing ineens een directe belasting geheven ter zaken van de onroerende zaken gelegen in de gemeente binnen de omlijning op de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte kaarten, die 1 januari 2000 zijn gebaat door de in het tweede lid genoemde voorziening die tot stand zijn of worden gebracht door of met medewerking van het gemeentebestuur.

    2. 2.De in het eerste lid bedoelde voorziening omvat een aansluiting op de gemeentelijke riolering.

Artikel 3 Belastingplicht

  1. 1.De belasting wordt geheven van degene die van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 2, eerste lid, het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

  2. 2.Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die op het tijdstip van ingang van de heffing dan wel, indien de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting, bij de aanvang van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

  3. 3.Indien de lasten die zijn verbonden aan de voorzieningen genoemd in artikel 2, tweede lid, ter zake van een onroerende zaak krachtens overeenkomst zijn of worden voldaan, wordt de belasting ter zake van die onroerende zaak niet geheven.

Artikel 4 Maatstaf van heffing

De maatstaf van heffing is een bedrag per onroerende zaak.

Artikel 5 Belastingtarief

De belasting bedraagt per onroerende zaak 50 % van de voor rekening van de gemeente blijvende kosten, tot een maximumbedrag van ƒ 5.000,00 per aansluiting.

Artikel 6 Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse belasting

1.

In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting gedurende 30 jaren. Het verzoek genoemd in de eerste volzin dient binnen 6 weken na dagtekening van de aanslag schriftelijk bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel G, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar te worden ingediend.

2.

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

3.

De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal verschuldigde, berekend op basis van een periode van 30 jaren en een rentevoet van 5.5 %.

4.

De belasting over de nog niet verstreken belastingjaren kan elk jaar worden afgekocht. De afkoopsom wordt bepaald op de contante waarde van de op 1 januari van het belastingjaar, waarin de afkoop plaatsvindt, nog te verschijnen belastingbedragen berekend naar een rentevoet van 5,5 %.

 

5.

a.

Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse heffing en de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak als bedoeld in het eerste lid eindigt of wijzigt als gevolg van het overdragen van eigendom, bezit of beperkt recht, met ingang van het eerstvolgende belastingjaar een aanslag ineens opgelegd voor de resterende belastingjaren van het belastingtijdvak, berekend overeenkomstig het vierde lid van dit artikel.

 

b.

In afwijking van het bepaalde in onderdeel a, wordt op verzoek van de in dat onderdeel bedoelde belastingplichtige de jaarlijkse heffing overeenkomstig het eerste lid gecontinueerd. Het verzoek daartoe dient binnen 6 weken na de dagtekening van de aanslag ingevolge onderdeel a, schriftelijk bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel G, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar te worden ingediend.

 

6.

Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse heffing en in de loop van het belastingtijdvak de eigendom, het bezit of het beperkt recht van een gedeelte van de onroerende zaak wordt overgedragen, wordt, voor de verdeling van de resterende belastingschuld, de maatstaf van heffing als bedoeld in artikel 4 voor de betreffende onroerende zaken opnieuw vastgesteld voor de nog niet verstreken belastingjaren.

Artikel 7 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 8 Termijnen van betaling

  1. 1.De aanslagen moeten worden betaald binnen 2 maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  2. 2.Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het  eerste lid van overeenkomstige toepassing.

Artikel 9 Kwijtschelding

Bij de invordering van de baatbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 10 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de baatbelasting.

Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel

  1. 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

  2. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2000.

  3. 3.Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening baatbelasting riolering buitengebied, deel I’.

 

 

Aldus vastgesteld in de openbare

vergadering van 15 december 1998.

 

DE RAAD VOORNOEMD,

 

 

De secretaris,

De voorzitter,